De leerling centraal?

  • 21 september 2021

Vorige week maandag was ik bij een sessie van de werkgevers en werknemers over het zogenaamde flankerend traject: er is behoefte om in een brede samenwerking te zoeken naar nieuwe wegen met betrekking tot het taakbeleid en de werkdruk in het onderwijs. Dat is een streven dat brede ondersteuning verdient! Daarom was ik op 13 september in het Leerhotel in Amersfoort. In de gesprekken die we voerden klonk heel vaak dat we in het onderwijs 'de leerling centraal' moeten stellen. In eerste instantie leek het dat we het daar allemaal over eens zijn, ondertussen vraag ik me af of dat wel zo is...

Overleg aan de rand van de cao vind ik al heel lang belangrijk en boeiend: het is fantastisch om actief bezig te zijn met het belang van je collega's in hun relatie tot de werkgever. In het algemeen ben ik ervan overtuigd dat meer aandacht voor de arbeidsrechtelijke zaken in het onderwijs goed is: het levert een stabiele en duurzame basis voor het werken in het onderwijs. In dat kader vond ik het vanzelfsprekend om mee te doen toen de Vereniging Leraren Schoolmuziek (VLS, onderdeel van de Federatie van Onderwijsvakorganisaties) daarvoor de mogelijkheid bood.

Tijdens de eerste sessie van het overleg over het flankerend traject spraken we over wat we belangrijk vonden. En dan dus het adagium: "De leerling centraal". Het klinkt leuk, maar toch begint er iets te wringen als we hier de 3 (of meer) V's naast plaastsen: vakmanschap, visie en verantwoordelijkheid. Wanneer de schoolleiding (college van bestuur, managementteam) de leerling centraal stelt, wat gebeurt er dan met de docent? Is er voldoende ruimte voor vakmanschap, visie en verantwoordelijkheid? Ik ben benieuwd of er wetenschappelijk onderzoek bestaat dat onderwijsontwikkeling afweegt tegen zaken als (ervaring van) werkdruk en taakbeleid.

Wanneer onze directie met een briljant idee komt op het gebied van onderwijsontwikkeling, dan zal een docent-in-hart-en-nieren in eerste instantie ook een enthousiast gevoel krijgen. Daardoor schuiven de arbeidsrechterlijke gevolgen op de achtergrond - en dus ook de gevolgen die samenhangen met het taakbeleid en de werkdruk. Je bent toch geen goede docent als je de leerling niet centraal stelt?

Maar als we verder denken over werkdruk en taakbeleid, dan ligt volgens mij hier een cruciaal punt. Om kort te zijn: niet de leerling, maar de docent centraal. Wanneer we geloven in 'vakmanschap, visie en verantwoordelijkheid' moeten volgens mij de docenten aanjagers zijn van de onderwijsontwikkeling en niet het managementsteam (MT) of het college van Bestuur en zeker niet het ministerie van OCW, de accountant of de onderwijsinspectie.

En als we dan focussen op werkdruk, dan kom ik - op grond van bovenstaande - tot de volgende vaststelling: de 'werkgeverskant' van het onderwijs (zowel College van bestuur als Managementsteam) is er in de eerste plaats om docenten te beschermen tegen invloeden van OCW en halfbakken resultaten van onderwijskundigen om 'vakmanschap, visie en verantwoordelijkheid' werkelijk ruimte te geven.

Als we in het onderwijs geloven in de vakmanschap, visie en verantwoordelijkheid van de docent - we noemen hem of haar professional - dan moet het toch niet zo zijn dat beleid van boven hem of haar zo beïnvloedt in zijn of haar werk dat de werkdruk toeneemt zonder dat er in het taakbeleid iets tegenover staat? Daarom dus: in het overleg met betrekking tot het flankerend beleid moet de leerling NIET centraal staan, maar de docent, de instructeur, de onderwijsondersteuner of andere medewerker die in het primaire proces werkzaam is.